Kennisbank
Docenten en bestuurders kijken zelden hetzelfde naar hetzelfde probleem. Dat verschil meten is nuttiger dan het gladstrijken.
2026-07-15
In vrijwel elke organisatie zitten mensen met verschillende posities aan tafel. Uitvoerders, leidinggevenden, ondersteuners, soms klanten of leerlingen. Ze bespreken hetzelfde onderwerp en denken dat ze het over hetzelfde hebben.
Meestal klopt dat maar half.
Een handige eigenschap van concept mapping: de kaart zelf wordt door de hele groep samen gemaakt, maar de waardering kan per subgroep apart worden berekend. Zo houd je één gedeelde structuur en zie je toch waar de groepen uiteenlopen.
Dat is bewust zo. Zou je per groep een aparte kaart maken, dan kun je ze niet meer vergelijken; je vergelijkt dan appels met een andere indeling van peren.
Er is één patroon waar het de moeite waard is op te letten: verschil in haalbaarheid, niet in belang. Het kan zijn dat uitvoerders en bestuurders dezelfde dingen belangrijk vinden en alleen verschillen in de inschatting of het gaat lukken. Of dat zo is, moet per traject blijken; het rolverschil zelf is in de literatuur wel een standaardvergelijking.
Dat verschil is diagnostisch. Als de werkvloer een thema veel minder haalbaar acht dan de leiding, gaat het zelden over onwil. Meestal gaat het over randvoorwaarden die van bovenaf onzichtbaar zijn: tijd, roosters, bevoegdheid, apparatuur die het niet doet.
Waar het belang gelijk is en de haalbaarheid uiteenloopt, ligt geen motivatieprobleem maar een randvoorwaardeprobleem.
De gebruikelijke weergave is een grafiek met de themascores van groep A tegen die van groep B. Thema's die op de diagonaal liggen worden gelijk beoordeeld; thema's die er ver vanaf liggen zijn de gespreksstof.
Daar hoort ook een correlatiegetal bij, dat aangeeft hoe sterk de twee groepen in het algemeen op één lijn zitten. Een hoge correlatie met twee uitschieters is een heel ander verhaal dan een lage correlatie over de hele linie, en dat onderscheid gaat verloren als je alleen naar het plaatje kijkt.
Te kleine subgroepen. Onder de acht deelnemers per groep wordt zo'n vergelijking onbetrouwbaar; één afwijkende deelnemer trekt het beeld dan scheef.
Herleidbaarheid. Bij kleine groepen kan een uitsplitsing individuen zichtbaar maken, zeker als er maar één bestuurder meedeed. Dan hoor je die uitsplitsing niet te maken, hoe interessant hij ook is.
Hoe je zo'n vergelijking opzet, zie je bij Het proces.
Leg je vraagstuk voor, dan zeggen we eerlijk wat er nodig is.
Neem contact op