Voor onderzoekers
Group Concept Mapping levert een gedeeld beeld op. De vraag die daarna komt is lastiger: hoe wordt dat beeld een interventie die je kunt onderzoeken en verantwoorden? Deze pagina beschrijft die stap, want juist daar laat de GCM-literatuur je vaak in de steek. ConceptAtlas is daarop ingericht.
Het kader
Neem educational design research (McKenney en Reeves) als leidend kader, met ontwerpprincipes als eindopbrengst. Group Concept Mapping zit volledig in de eerste fase. Conjecture mapping (Sandoval) is het scharnier tussen fase 1 en fase 2.
Wat leeft er, hoe hangt het samen, wat heeft prioriteit. De concept map, de go-zone en de bridging-waarden horen hier.
hier zit GCMVan thema's naar een interventie: conjectures expliciet maken en vertalen naar een concreet ontwerp dat je kunt bouwen.
Werkt het, en waarom. Iteraties leveren uiteindelijk ontwerpprincipes op die overdraagbaar zijn naar andere contexten.
De vertaalslag
Dit is het stuk dat je expliciet moet uitschrijven. Vier keuzes bepalen of je clusters bruikbaar worden in je ontwerp.
De focus prompt bepaalt je hele ontwerpruimte. Het verschil tussen "wat is nodig voor" en "wat doen docenten concreet als" is later het verschil tussen bruikbare en onbruikbare clusters.
Zet clusters in de embodiment-kolom van je conjecture map: tools en materialen, taakstructuren, participatiestructuren, discursieve praktijken.
Een cluster mag over meerdere kolommen vallen. Ongesorteerd laten is wel een probleem.
Gebruik de go-zone om te ordenen, niet om af te strepen. Wat hoog scoort op belang en laag op haalbaarheid is vaak juist het interessantste ontwerpprobleem.
Bridging zegt iets wat de clusterindeling zelf niet zegt. Een cluster met hoge bridging is conceptueel diffuus: daar is geen gedeeld beeld.
Dat is een bevinding op zichzelf, en de moeite waard om in je verslaglegging te benoemen.
De opbrengst
Gebruik het heuristische format van Van den Akker. Dat dwingt je om per principe de contextcondities te benoemen, in plaats van een losse aanbeveling op te schrijven.
Het format
Als je X wilt ontwerpen voor doel Y in context Z, doe dan A, B en C, vanwege argumenten P, Q en R.
Vooruit denken
Een aparte effect- of procesmeting. GCM is je behoeftenanalyse, geen effectmeting. Voor de iteraties heb je een eigen meting nodig. Regel dat vroeg, want het bepaalt je dataverzameling in het veld.
Leg vast wat vastligt en wat mag bewegen. De theoretische conjectures liggen vast, de embodiment mag tussen iteraties veranderen. Zonder dat onderscheid wordt iedere bijstelling een verdedigingsprobleem in plaats van een resultaat.
De tweede route
Naast de ontwerproute biedt ConceptAtlas een systeemroute naar interventies. De groep beoordeelt hoe de thema's elkaar beinvloeden; dat causale model laat zich doorrekenen. Zo verken je welk thema beweging veroorzaakt voordat je gaat ontwerpen.
De gewichten zijn oordelen van de groep, geen gemeten effecten. Behandel de uitkomst dus als een verkenning van richting en dynamiek, en verantwoord dat ook zo. De aannames en de instelbare parameters staan open in de omgeving.
Verantwoording
De omgeving rekent de gebruikelijke kwaliteitsmaten mee, zodat je ze in je methodesectie kunt opnemen: stress voor de passing van de kaart, split-half betrouwbaarheid, bridging per uitspraak en per cluster, en de spanning per uitspraak. Alle ruwe data zijn als CSV te exporteren, zodat je analyses reproduceerbaar en controleerbaar blijven.
De gebruikte algoritmen en de licentie staan open beschreven op de methodepagina.
Literatuur
We denken graag mee over de focus prompt, de opzet van de sorteer- en waardeerronde, en de aansluiting op je onderzoeksdesign. Ook als je nog aan het verkennen bent.
Neem contact op